Q&A vraag en antwoord woningbouwversnelling omgevingswet vraagteken huis

Webinar woningbouwversnelling: Vraag en antwoord

Tijdens het webinar over keuzes maken bij de woningbouwversnelling is een aantal vragen toegestuurd door kijkers. Deze vragen zijn beantwoord door de tafelgasten Ingrid Kersten, Jola van Dijk en Margi de Bruin.

‘Werken met een vergunning werkt als je weet wat je gaat bouwen (bouwplan). Een omgevingsvergunning is toch niet echt een geschikt instrument voor gebiedsontwikkeling?’
Onder normale omstandigheden is een omgevingsvergunning niet het voor de hand liggende instrument voor gebiedsontwikkeling, het kan er echter wel voor gebruikt worden. Door middel van een omgevingsvergunning onderdeel ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. Ook wanneer er nog geen volledig uitgewerkt bouwplan is.

‘Wij zijn zelf als gemeente nog niet klaar helemaal voor de Omgevingswet. Ik zie zelf de voordelen van voorbereiding in de vorm van training en coachen, maar ik ben niet de eindverantwoordelijke hiervoor. Hoe krijg ik mijn collega’s hierin mee?’
Ga het gesprek aan. Vraag wat je collega’s nodig hebben. De ene collega kan een training in gesprekstechnieken gebruiken, de andere weet nog steeds niet wat de wet precies aan. Door in gesprek te gaan kan je dit als plan neerleggen bij je eindverantwoordelijke. Het belangrijkste is dat je in gesprek blijft. Uiteindelijk zullen ook deze collega’s meegaan en vragen stellen.

Benieuwd hoe je jouw collega’s kunt voorbereiden door intern opleiden in de vorm van e-learning? Maester helpt!

‘Tijdens het voortraject van een vergunningsaanvraag loop ik er soms tegenaan dat er bepaald beleid nog niet goed is gekeurd door de raad. Hierdoor kan de vergunningsaanvraag nog niet volgens een standaardprocedure ingediend worden. Ik verwacht dat dat de aankomende jaren nog wel vaker gaat gebeuren. Hoe kunnen we daar het beste mee omgaan?’
Prachtig voorbeeld van hoe de huidige systematiek en manier van werken vertraging op kan leveren. Daarom zal de komende jaren naast het kritisch kijken naar regelgeving, ook het kritisch kijken naar beleid nodig zijn om verstopping van het proces te voorkomen. Advies is dan ook om dit soort voorbeelden goed bij te houden om bijvoorbeeld na een jaar richting raad en college aan te kunnen geven hoe vaak iets blijft ‘hangen’ en of het beleidsthema die moeite en vertraging waard is. Kan het ook met minder?

‘Hoe kan men bij lokale ruimtelijke afwegingen het beste omgaan met precedentwerking?’
Precedentwerking is juridisch grijs gebied en de jurisprudentie is ontzettend casuïstisch. Dat betekent dat het vooraf moeilijk te voorspellen is hoe een rechter de situatie zal beoordelen. Die onzekerheid kan verlammend werken en tot risicomijdend gedrag leiden. Je kunt het ook omdraaien en als kans voor beleidsvrijheid zien. Doordat het niet vooraf vast staat hoe de rechter zal oordelen, kun je met een goede onderbouwing de rechter overtuigen, in goed overleg bewust een bepaald risico accepteren en met goede participatie tot creatieve oplossingen komen die win-win situaties opleveren.

‘Waarom zou je bij studenten makkelijker met geluidsnormen omgaan? Ik zie bijvoorbeeld in Amsterdam dat er veel studentencomplexen zijn gelegen onder aanvliegroutes van vliegtuigen. Waarom zou je dat studenten wel kunnen aandoen en anderen niet?’
Het voorbeeld probeert aan te geven dat er ruimte ontstaat om verschil te maken; per gebied, per doelgroep, per situatie. In dit specifieke geval is de doelgroep ‘studenten’ een voorbeeld van een groep mensen die (vaak) tijdelijk ergens wonen. Tijdelijk omgaan met nadelen in je leefomgeving is in veel gevallen makkelijker te accepteren dan wanneer je er voor lange tijd woont. Zo wonen studenten ook vaak met meer mensen in één huis; dat accepteren ze in een volgende levensfase ook niet meer. Andersom is een bekende aanpak om in de buurt van een ziekenhuis juist strengere geluidsnormen te hanteren.

Heb je zelf nog aanvullende vragen over dit onderwerp? Mail deze dan naar hello@maester.com en wij zorgen ervoor dat één van de tafelgasten jou persoonlijk voorziet van een antwoord!

 

Samenwerken binnen de Omgevingswet kennis delen links computers

Samenwerken binnen de Omgevingswet

De woningbouwversnelling vraagt om een flinke versnelling van de bouw van nieuwe woningen. Deze verantwoordelijkheid komt bij gemeenten te liggen, die ook al de uitdaging hebben om de Omgevingwet in te voeren. Naast het belang om de eigen voorbereidingen te treffen, kan het gemeenten enorm helpen om onderling te gaan samenwerken. Iedere gemeente is weliswaar uniek, maar er zijn raakvlakken tussen de uitdagingen die zowel de woningbouwversnelling als de Omgevingswet meebrengen.

 

Samenwerking

Samenwerking tussen gemeenten kan een win-win zijn, waarbij beide partijen baat bij hebben. De samenwerking kan op verschillende vlakken plaatsvinden. Allereerst kun je samenwerken bij het doorvoeren van vernieuwing en verandering; uitgangspunten van de Omgevingswet. Daarnaast kun je samen veel voorkomende valkuilen detecteren en zo voorkomen. Een voorbeeld hiervan is dat momenteel vergunninghouders dezelfde stukken aanvragen bij dezelfde afdeling. Dit is een inefficiënt proces, want deze stukken zijn al behandeld en verlengen het vergunningsproces onnodig. Dit soort valkuilen is niet uniek; veel gemeenten hebben hier last van. Door de handen ineen te slaan, kunnen oplossingen bedacht en gedeeld worden. Een effectieve manier om niet alleen bínnen, maar ook tússen gemeenten kennis te delen, is door middel van e-learning.

 

Een goed voorbeeld hiervan is Gemeente Rotterdam. Binnen deze gemeente zijn verschillende e-learnings ontwikkeld, waaronder onderwerpen zoals ‘Voorbereiding op participatie onder de Omgevingswet’. Deze e-learning kan tussen gemeenten onderling gedeeld worden. Uiteraard is dit ook mogelijk met de e-learnings die vol informatie staan over de woningbouwversnelling. Leer van elkaar zonder het wiel opnieuw uit te vinden!

 

Identificatie van leeruitdagingen

Bij Maester helpen we graag met het identificeren van leeruitdagingen en het zoeken naar leeroplossingen. Deze oplossingen zetten we om naar e-learnings. Dit kunnen complete leerlijnen, maar ook losse e-learnings of andere communicatiemiddelen zijn. Wat we écht belangrijk vinden, is leren van elkaar. Hierom brengen we onze klanten graag met elkaar in contact bij het maken van e-learnings! Juist door gebruik te maken van bouwstenen die door anderen zijn gemaakt, kun je tot de noodzakelijke versnelling komen.

 

Zo hebben wij bij Maester ook een aantal e-learnings gemaakt over de Omgevingswet. Deze e-learnings zorgen ervoor dat relevante collega’s op de hoogte zijn van de lopende processen, weten wie welke rol vervult en welke verantwoordelijkheden deze draagt. Er zullen veel praktijkvoorbeelden aan bod komen en er worden handvatten gegeven worden om het proces te optimaliseren. De hiervoor gebruikte kennis is opgedaan bij verschillende gemeenten. Door informatie onderling te delen leren gemeenten van elkaar!

 

Webinar

Op donderdag 15 september van 13:00 tot 14:00 uur vindt het webinar ‘Durven kiezen bij de Woningbouwversnelling’ plaats. Naast de bespreking van de integrale aanpak bij de woningbouwversnelling en de Omgevingswet, wordt het profijt van onze e-learnings is en hoe deze ingezet kan worden bij de aankomende veranderingen besproken.

Meer informatie hierover? Neem een kijkje op onze website!

De Omgevingswet: Kansen en obstakels voor de woningbouwversnelling

Ingrid Kersten is specialist op het gebied van Omgevingswet en partner bij BMC. We hebben haar een aantal vragen gesteld over wat de Omgevingswet is en welke obstakels en kansen deze met zich meebrengt voor de woningbouwversnelling. De antwoorden hierop zijn in deze blog te vinden!

 

De Omgevingswet

Door de invoering van de Omgevingswet wordt er meer snelheid gevraagd in het afwegen van (complexe) vergunningen. Dit moet gebeuren vanuit een transparant, samenhangend en eenvoudig stelsel. Ook ligt binnen de Omgevingswet de nadruk op een gezonde en veilige leefomgeving; of eigenlijk het benutten en beschermen ervan. Dit vraagt van inwoners dat zij de inzet van de gemeente op de gezonde en veilige leefomgeving begrijpen en weten wat de eigen verantwoordelijkheid hierin is.

Maatwerk is hierin een sleutelwoord, evenals het belang van gebied en de inwoners centraal stellen. Het digitale omgevingsplan lijkt te gaan over digitalisering en het formuleren van de juiste juridische regels met werkingsgebieden. Nog meer gaat het over houding en gedrag van de makers van plannen bij de overheden en de inwoners die al dan niet eigen verantwoordelijkheid kunnen en willen dragen.

 

Obstakels

Een grote wetswijziging zoals de Omgevingswet brengt veel verandering mee. Voor de afweging van de woningbouwversnelling betekent dit dat er opnieuw gekeken zal worden naar wat er nu eigenlijk staat in alle wetten. Het gaat hier om de Omgevingswet zelf en de regelgeving van de andere overheden. Er moet namelijk integraal worden afgewogen. Daar zit tevens ook een obstakel omdat er nog steeds heel veel regelgeving is maar het vergunningsproces wordt ingekort naar 8 weken. Bij de inwerktreding van de Omgevingswet verwacht ik dat het voor de lagere overheden nog zoeken wordt om in deze verkorte tijd te doen. Veel regels betekent dat er veel tijd in gestoken moet worden in het nagaan of het allemaal goed is. Vooral bij complexe vraagstukken is meer tijd nodig om een ontwikkeling aan alle regels te toetsen.

 

Kansen

Ook brengen deze complexe vraagstukken en verschillende regels een kans mee. Hier ontstaat de mogelijkheid om anders met de regels om te gaan. Zo blijft er meer aandacht over voor andere aspecten. Wat willen we bereiken in dit gebied, wat vinden we belangrijk en draagt een ontwikkeling hieraan bij? Je leert om daar met elkaar een gesprek over te voeren. De Omgevingswet biedt overheden een kans om op een andere manier naar nieuwe ontwikkelingen te kijken en op een andere manier regels te stellen. De ontwikkelende partijen moeten bijvoorbeeld de participatie vormgeven, vraag ze dat dan ook zorgvuldig te doen. Ga als gemeente echt zitten op de rol als adviseur en kijk niet alleen naar of iets past. Kijk ook naar hoe iets mogelijk gemaakt kan worden. Laat het gesprek over de bouwhoogte, diepte en bouwtechnische en stedenbouwkundige aspecten dan ook over aan de ontwikkelaar en de buurt.

 

Ingrid is een van de tafelgasten tijdens bij het webinar op 15 september over ‘keuzes maken bij de woningbouwversnelling’. Daar geeft zij verdere uitleg over de Omgevingswet, de woningbouwversnelling en praktische handvatten om meer grip te krijgen op de implementatie hiervan.

Benieuwd wat jij kunt leren van Ingrid? Schrijf je in voor het webinar

Meer informatie hierover? Ga snel naar onze website!

Woningen in aanbouw

Woningbouwversnelling onder de Omgevingswet

Het kabinet heeft bevestigd dat de woningbouw een stuk sneller moet; de woningtekorten zijn hoog en er is een stijgende behoefte aan betaalbare woningen. Momenteel telt Nederland zo’n 8 miljoen woningen en is er een tekort aan 279.000 woningen. Daarnaast worden de huizen steeds duurder en er is een grote wachtlijst voor de sociale huurwoningen. De oplossing voor het grote woningtekort vanuit het Kabinet is het bouwen van zo’n 900.000 extra woningen vóór het jaar 2030.

Hoewel het kabinet bepaalde financiële steun biedt, spelen andere aspecten ook een rol, bijvoorbeeld de bereikbaarheid van de nieuwe woningen en de enorme snelheid waarmee deze gebouwd moeten worden. Ze moeten ook nog eens betaalbaar en duurzaam zijn. Deze ontwikkelingen zorgen voor een verhoogde druk op het woningbouwproces. Hierdoor ontstaat stijgende druk en meer dwang vanuit de overheid op gemeenten en woningbouwontwikkelaars om dit te bereiken.

Omgevingswet

Naast de woningbouwversnelling is de verwachting dat ook de Omgevingswet in januari 2023 gaat intreden. Hoewel deze wet als doel heeft het proces te versoepelen, moeten er eerst grote veranderingen binnen gemeenten plaatsvinden. Overheden moeten zich voorbereiden op de complexe woningbouwversnelling én op de Omgevingswet. Het is dus belangrijk om nu al te beginnen met trainen en opleiden zodat deze opgave zo soepel mogelijk gaat verlopen. Deze voorbereidingen zijn een grote uitdaging en daarmee kan Maester helpen.

Webinar ‘Durven kiezen bij woningbouwversnelling’

Om te durven kiezen bij woningbouwversnelling is het namelijk van belang dat de verantwoordelijken op de hoogte zijn van wat elk onderdeel inhoudt. Daarnaast speelt de eigen bijdrage voor het soepel laten verlopen van het proces ook een belangrijke rol. Om dit te kunnen bereiken bieden wij handvatten aan om verder inzicht, verduidelijking en verdieping te creëren aan de hand van voorbeelden uit de praktijk.

Tijdens het webinar ‘Durven kiezen bij de woningbouwversnelling’, op 15 september, trapt een aantal specialisten af om hier aandacht aan te besteden. Aansluitend daarop stellen wij verschillende leerlijnen beschikbaar. Hierin maken we een verdiepingsslag en herhalen we belangrijke aspecten voor een effectieve leerervaring. Dit zijn e-learnings over bijvoorbeeld de Omgevingswet, de kerninstrumenten, het DSO, participatie, het vergunningsproces, de Intaketafel, de Omgevingstafel en natuurlijk de woningbouwversnelling.

Waarom e-learnings goed inzetbaar zijn binnen publieke organisaties?

De deelnemers leren op momenten dat het voor hen het prettigst is. Ook wordt er op eigen tempo geleerd. Dit zorgt voor een hogere productiviteit en betere adaptatie van de inhoud. Zo hebben medewerkers naast hun gewone werkzaamheden de mogelijkheid om zich op een laagdrempelige manier klaar te stomen om de woningbouwversnelling te laten slagen!

U bent specialist Omgevingswet of woningbouwversnelling?

Maester zoekt een expert op dit gebied om de trainingen verder uit te kunnen bouwen! Interesse? Mail naar hello@maester.com .

 

Meer weten? Neem eens een kijkje op onze website.

Wil je jezelf inschrijven voor het webinar ‘Durven kiezen bij woningbouwversnelling?’ Klik dan hier!

Hoe leert een cursist beter: met e-learning of fysieke trainingen?

Wist je dat je cursisten op een gemakkelijke en effectieve manier kan laten leren door rekening te houden met breinprincipes? Om in te zoomen op dit onderwerp, hebben we gesproken met Ria van Dinteren, professioneel spreker en directeur van Breinwerk BV en Katelijn Nijsmans, directeur van HowsWork. Beiden zijn gefascineerd door het brein en hebben daarom in 2021 hun boek ‘In het echt ben ik veel leuker’ gepubliceerd. In dit boek geven ze aan de hand van vijf breinprincipes de do’s and don’ts bij online trainen. Tijdens een interview met hen geven zij antwoord op vier vragen gericht op effectiviteit van online leren door rekening te houden met breinprincipes. Maak in deze blog kennis met het laatste antwoord uit de reeks, want wat is nu uiteindelijk écht beter voor leren: online, offline of een combinatie van beide? Find it out below!

Ria: “Dit hangt af van het doel, het onderwerp van de training en hetgeen wat de cursist wil leren, want ‘leren zeilen doe je toch het beste in een zeilbootje’. Als het gaat om vaardigheden en oefeningen dan kan je dit het beste fysiek trainen, oefenen van communicatie kan prima online. Er kan meer online getraind worden dan dat we wellicht denken, kijk maar naar hoe we dit deden tijdens de pandemie.

Voor een trainer is het soms wel fijner zijn om fysiek training te geven, zodat je meer een beeld krijgt hoe mensen zich voelen. Je kan eerder mensen met dezelfde energie en dezelfde vragen bij elkaar zetten, dan dat je dit moet doen op basis van een chatfunctie. Er zijn wel wat experimenten geweest om er (online) achter te komen hoe cursisten zich voelen. Zo schijnt er onderzoek te zijn naar het gebruik van emoticons in online trainingen en e-learnings.

Er zijn in ieder geval veel situaties die je online niet kan aanvoelen. Zo zie je in een online meeting alleen elkaars hoofd, je zult dus niet gelijk weten of iemand een gipsbeen heeft bijvoorbeeld. Wat hierin kan helpen is een goede check-in waardoor je informatie krijgt van de cursist, er bestaan al meerdere oefeningen die zich hierop richten. Maar als je bijvoorbeeld snel moet leren om iets schoon te maken, dan is zo’n check-in niet nodig. Dat is zelfs een voordeel van e-learning: je kan het op verschillende manieren doen.

Een belangrijke voorwaarde bij het laten leren door e-learning blijft het creëren van een veilige online omgeving zodat cursisten zich prettig genoeg voelen om vragen te stellen. Cursisten moeten worden uitgedaagd om meer te doen en aspecten anders te doen. Daarnaast is het erg belangrijk dat de e-learning makkelijk te bedienen is. Zodra dit niet het geval is haakt ons brein namelijk gelijk af!”

Met deze neurowetenschappelijke kennis van online leren, kun jij meer uit het creëren van effectieve e-learnings halen. Wij van Maester passen de breinprincipes toe in alle aspecten van onze leercommunities om de transfer van kennis zo effectief mogelijk te maken. Vragen voor ons, Ria en Katelijn of nieuwsgierig naar de publicatie ‘In het echt ben ik veel leuker’? stuur ons een bericht via hello@maester.com en kom in contact!

Wat zijn de do’s and don’ts bij online leren?

Wist je dat je cursisten op een gemakkelijke en effectieve manier kan laten leren door rekening te houden met breinprincipes? Om in te zoomen op dit onderwerp, hebben we gesproken met Ria van Dinteren, professioneel spreker en directeur van Breinwerk BV en Katelijn Nijsmans, directeur van HowsWork. Beiden zijn gefascineerd door het brein en hebben daarom in 2021 hun boek ‘In het echt ben ik veel leuker’ gepubliceerd. In dit boek geven ze aan de hand van vijf breinprincipes de do’s and don’ts bij online trainen. Tijdens een interview met hen geven zij antwoord op vier vragen gericht op effectiviteit van online leren door rekening te houden met breinprincipes. Benieuwd naar hun inzichten? Volg dan onze reeks waarbij we elke week één antwoord delen. Deze week staat in het teken van de ‘vijf breinprincipes’, want wat zijn nu eigenlijk de do’s and don’ts bij online leren? Find it out below!

Ria: “In ons boek hebben we de grootste onderzoeken van de neurowetenschap van leren samengepakt om tot vijf breinprincipes te komen. Dit zijn principes waar men rekening mee moet houden als je online traint, zodat de leerervaring van cursisten wordt verbeterd. De breinprincipes zijn als volgt:

  • Het eerste breinprincipe is ‘veiligheid en emotie’. Dit betekent dat een training een heldere structuur moet hebben en interessant genoeg is om aan te beginnen.
  • ‘Verwerking’ gaat over het kunnen verwerken van informatie. Korte modules en herhaling spelen hierbij een belangrijke rol.
  • Bij het derde breinprincipe zoomen we in op ‘verbinding’. Dit betekent dat het belangrijk is dat je hetgeen wat je leert kan verbinden in je werk en samen kunt doen met collega’s.
  • Het breinprincipe ‘zintuigen’ gaat in op het feit dat online trainingen meerdere zintuigen moet triggeren. Het gebruik maken van alleen tekst is dus niet genoeg, door video’s, afbeeldingen, quizjes hier in af te wisselen, wordt het brein gestimuleerd om te leren.
  • Tot slot is ‘focus’ een belangrijk breinprincipe. Het moet voor cursisten helder zijn waar zij de informatie vandaan moeten halen en dus waar wat, wanneer en waar iets te vinden is.

Als werknemers een nieuw computersysteem moeten leren en dit is nog niet geïnstalleerd, dan heeft het geen zin om te trainen. Het is belangrijk dat je gelijk weet wat je ermee kunt doen in de praktijk. Wanneer specifieke schoonmaakmiddelen in de e-learning als voorbeeld worden gegeven, maar deze in de praktijk anders heten, dan worden de verkeerde voorbeelden gebruikt. De e-learning kan dan beter gemaakt worden door de inhoud dicht bij de praktijk te houden zodra mensen dit kunnen toepassen. Ook leren mensen sneller op het moment dat zij zaken herkennen. Het werkt daarom goed door vast in te haken op de voorkennis die de cursist al heeft.”

Katelijn: “Daarnaast is leren van anderen erg belangrijk aangezien we sociale dieren zijn. Als we het hierover hebben in de neurowetenschap, dan wordt de term ‘social brain’ vaak gebruikt. Zodra we leren door anderen iets te zien doen, bijvoorbeeld schoonmaken, dan hebben we het over ‘spiegelneuronen’. Zodra je iemand iets ziet doen en je doe het zelf niet na, via e-learning of fysiek, dan zijn er heel wat neuronen actief in jouw brein. Maar niet alles wat je nadoet geeft een reactie in je spiegelneuronen. Het is afhankelijk van de activiteit, of onze spiegelneuronen meer of minder actief zijn en daarnaast leren we niet alleen door spiegelneuronen. Dit ligt genuanceerder. Leren van anderen betekent ook ‘terugkomen naar onze natuur’: we zijn gewend om in een groep te leven, leren en werken, door te leren bij anderen zijn we onszelf.”

Met deze neurowetenschappelijke kennis van online leren, kun jij meer uit het creëren van effectieve e-learnings halen. Wij van Maester passen de breinprincipes toe in alle aspecten van onze leercommunities om de transfer van kennis zo effectief mogelijk te maken.

Vragen voor ons, Ria en Katelijn of nieuwsgierig naar de publicatie ‘In het echt ben ik veel leuker’? stuur ons een bericht via hello@maester.com en kom in contact!

Hoe motiveer je cursisten het beste: met online of offline trainingen?

Wist je dat je cursisten op een gemakkelijke en effectieve manier kan laten leren door rekening te houden met breinprincipes voor online of offline leren? Om in te zoomen op dit onderwerp, hebben we gesproken met Ria van Dinteren, professioneel spreker en directeur van Breinwerk BV en Katelijn Nijsmans, directeur van HowsWork. Beiden zijn gefascineerd door het brein en hebben daarom in 2021 hun boek ‘In het echt ben ik veel leuker’ gepubliceerd. In dit boek geven ze aan de hand van vijf breinprincipes de do’s and don’ts bij online trainen. Tijdens een interview met hen geven zij antwoord op vier vragen gericht op effectiviteit van online leren door rekening te houden met breinprincipes. Benieuwd naar hun inzichten? Volg dan onze reeks waarbij we elke week één antwoord delen. Deze week zoomen we in op de motivatie van de cursisten, want hoe motiveer je hen nu eigenlijk het beste; online of offline? Find it out below!

Ria: “Voor de pandemie zou ik gezegd hebben dat je mensen het beste live kunt trainen, omdat dat zorgt voor goede verbinding. In ons boek wordt dit deels ontkracht, zo bespreken we de breinprincipes en hoe je deze kan toepassen om mensen effectief online te laten leren. Ik ben ervan overtuigd dat je in e-learnings zeker mechanismes kunt inbouwen waardoor iemand graag naar de volgende stap wil. Denk bijvoorbeeld aan de quizmogelijkheid die Maester heeft ingebouwd: sommige cursisten zullen op het puntje van hun stoel zitten wanneer de quiz begint en als er op het eind staat: ‘wow dat heb jij goed gedaan, je hebt 70% goed!’ dan werkt dat motiverend. Het is hierbij de uitdaging om te kijken hoe lang mensen, op wilskracht en motivatie, gemotiveerd blijven door het platform om dit vol te houden en e-learnings af te ronden. Als je bijvoorbeeld in een ziekenhuis werkt en je moet snel leren hoe je iets moet schoonmaken en je kan dit op locatie – aan de hand van QR-codes – doen, dan kan je dit gelijk toepassen in het werk en is het effectief. Echter, het doorlopen van je Bachelor op de Universiteit met e-learning, daarvoor is het momenteel nog te weinig en direct toepasbaar.”

Katelijn: “Als je een cursist iets wil leren, is een goede en korte e-learning belangrijk maar niet voldoende. Er zijn vier dimensies waar je rekening mee moet houden. Zo is het belangrijk dat de voorwaardes helder zijn; werknemers moeten bijvoorbeeld tijdens hun werk tijd krijgen om e-learnings te maken. Dit klinkt wellicht gek, maar als je kijkt naar de cijfers in België en Nederland, dan wordt de link tussen werken en leren binnen organisaties slecht gemaakt. Er zijn weinig bedrijfsculturen waar werknemers tijdens hun werk aangeven dat zij even ‘een uurtje wat gaan leren’, het leren gebeurt namelijk vaak ’s avonds of tussen de pauzes door. De tweede dimensie is dat het e-learning visueel aantrekkelijk, tof en goed moet zijn. De cursist moet zich aangetrokken voelen tot de e-learning. De derde dimensie gaat in op ‘engagement’: cursisten moeten weten waarom zij de e-learning moeten volgen. Tot slot moeten e-learnings zinvol zijn. Ik wil bijvoorbeeld geen e-learning volgen van 20 minuten waarbij slechts twee minuten interessant zijn. YouTube weet dit principe goed beet te pakken: ‘Plug in and play: heb je iets nodig? Wij geven het je.’ Microlearning is ook een voorbeeld van zinvolheid.”

Ria: “Als toevoeging op Katelijn: E-learnings binnen organisaties worden vaak ingezet om tijd te besparen en om vanuit het management wat minder voorbeeldgedrag te laten zien. Dit is een grote misvatting. Het is belangrijk dat e-learnings op werk gemaakt worden zodat werknemers vragen kunnen stellen aan leidinggevende en collega’s over de stof. Zodra werknemers hier geen tijd voor krijgen, dan is de mate van transfer – dat mensen hetgeen wat zij leren toepassen – kleiner.”

Met deze neurowetenschappelijke kennis van online leren, kun jij meer uit het creëren van effectieve e-learnings halen. Wij van Maester passen de breinprincipes toe in alle aspecten van onze leercommunities om de transfer van kennis zo effectief mogelijk te maken. 

Vragen voor ons, Ria en Katelijn of nieuwsgierig naar de publicatie ‘In het echt ben ik veel leuker’? stuur ons een bericht via hello@maester.com en kom in contact!

Introductie: Wie zijn de ‘brainladies’?

Wist je dat je cursisten op een gemakkelijke en effectieve manier kan laten leren door rekening te houden met breinprincipes? Om in te zoomen op dit onderwerp, hebben we gesproken met Ria van Dinteren, professioneel spreker en directeur van Breinwerk BV en Katelijn Nijsmans, directeur van HowsWork. Beiden zijn gefascineerd door het brein en hebben daarom in 2021 hun boek ‘In het echt ben ik veel leuker’ gepubliceerd. In dit boek geven ze aan de hand van vijf breinprincipes de do’s and don’ts bij online trainen. Tijdens een interview met hen geven zij antwoord op vier vragen gericht op effectiviteit van online leren door rekening te houden met breinprincipes. Benieuwd naar hun inzichten? Volg dan onze reeks waarbij we elke week één antwoord delen. Deze week maak je kennis met deze ‘brainlaidies’, want wat fascineert hen nu eigenlijk op het gebied van het brein en leren? Find it out below!

“Het brein en leren heeft ons bij elkaar gebracht”, zeggen Ria en Katelijn in koor. “We hebben elkaar ontmoet op een congres in België wat in het teken stond van ‘het brein’. Katelijn stelde voor om achteraf met een groep te gaan eten en nader kennis te maken. We kwamen er tijdens het etentje achter dat we dezelfde passie voor leren en het brein delen”, aldus Ria.

Katelijn: “Ik was vrij jong al gefascineerd door het brein. Na het behalen van mijn eindexamen twijfelde mijn docenten op de middelbare school of ik de universiteit wel aan kon. Toen ik net begon met studeren ging het ook allesbehalve goed. Tot het moment dat ik begon met Neuropsychologie en leerde over Neuroplasticiteit, hier leerde ik over het vermogen van het brein om zich aan te passen. Door meer te leren over neuroplasticiteit, was ik ervan overtuigd dat ik mijn manier van studeren en mijn mindset moest aanpassen. Dit heeft zoveel betekend voor mij, zo ook dat ik summa cum laude ben afgestudeerd.”

Ria: “Mijn voorbeeld is vergelijkbaar met dat van Katelijn. Ik verveelde mij altijd op school en ik deugde volgens de docenten niet helemaal; ik deed het niet volgens de gebaande paden en kleurde ook soms buiten de lijntjes. Eenmaal afgestudeerd en werkzaam voor het begeleiden van randgroepjongeren, kreeg ik altijd de ingewikkelde groepen toegewezen. Mijn leidinggevende vertelden mij dat deze groepen makkelijk waren omdat ze weinig snappen en je hen dus ook niet kon helpen. Ik geloofde dit niet. Toen ik in aanraking kwam met het brein, leerde ik over het ‘knopje bij mensen’. Dit klinkt wellicht gek, maar dit is misschien de ‘neuroplasticiteit’ waar Katelijn het over heeft: iedereen kan leren, maar je moet wel zorgen dat de juiste verbinding wordt gemaakt. Mensen moeten het idee hebben dat ze iets hebben aan hetgeen wat zij leren, dat ze gezien worden en dat ze iets kunnen. “

Maar hoe zorg je dat de juiste verbinding bij mensen wordt gemaakt? In het volgende item van deze reeks vertellen de brainladies hier meer over. Houd onze social media in de gaten en expand your knowledge!

Vragen voor ons, Ria en Katelijn of nieuwsgierig naar de publicatie ‘In het echt ben ik veel leuker’? stuur ons een bericht via hello@maester.com en kom in contact!

Maak kennis met Sandra van het St. Antonius ziekenhuis

E-learnings als basis

‘Inmiddels werk ik al 25 jaar bij het St. Antonius ziekenhuis. Eerst als stafmedewerker en nu als Adviseur Communicatie & Opleiding bij Faciliteiten & Vastgoed. In het verleden heb ik mij bezig gehouden met schoonmaakprotocollen en naar aanleiding hiervan heb ik schoonmaakhandboeken opgesteld, voor zowel de reguliere schoonmaak als de schoonmaak op de operatieafdeling. De handboeken werden als basis gebruikt voor de klassikale opleidingen.

De afgelopen jaren hebben we ons enorm ingezet op het gebied van ‘opleiding’ en ‘ontwikkeling’, vandaar dat ons opleidingsaanbod de nodige transformatie heeft doorgemaakt.

Van klassikaal naar blended leertrajecten

Voorheen boden we onze service medewerkers binnen Faciliteiten & Vastgoed – zo’n 800 collega’s – voornamelijk praktijkopleidingen aan. Dat bracht een aantal problemen met zich mee; het bleek lastig en soms onmogelijk om de planning rond te krijgen en er was geen toets na de lessen, waardoor het onduidelijk was of een cursist echt kennis had opgedaan.

De vraag naar e-learnings werd hierdoor steeds groter. Het heeft geleid tot de creatie van onze eerste e-learning: Stralend Schoon. Uit een pilot vóór invoering bleek dat de e-learning door cursisten goed werd ontvangen. Hiermee was de oplossing gevonden om alle (nieuwe) medewerkers makkelijk en snel te kunnen scholen.

Na Stralend Schoon volgde al snel de oplevering van twee geheel nieuwe leerlijnen; ‘Goed Gevoed’ voor onze roomservicemedewerkers en een leerlijn voor de medewerkers van onze beddencentrale. De e-learnings bieden de theoretische basis waarna de praktijkopleiding volgt die aansluit bij wat geleerd is in de e-learning, oftewel; we doen zoveel mogelijk aan blended learning.

Voordelen van e-learning

Het inzetten van e-learnings via Maester biedt enorm veel voordelen voor ons. Doordat nieuwe medewerkers al vóór diensttreding de e-learning kunnen volgen, zijn ze sneller inzetbaar. Daarnaast is er ook een betere monitoring van de opgedane kennis door het inzetten van toetsvragen. De medewerkers kunnen ook feedback geven aan het eind van de e-learning. Dit gaat makkelijker dan aan het eind van een klassikale les waarbij het bij de docent moet worden ingeleverd.

Het maken van de e-learnings gaat ook makkelijk. We hebben de mogelijkheid om de e-learning ‘op maat’ te maken met eigen media, waardoor de stof meer aanspreekt dan een standaard e-learning. De lesstof zelf kan ook makkelijk aangepast worden: wanneer medewerkers feedback leveren, kan dit meteen verwerkt worden aan de beheerkant. Ook de instellingen kunnen dusdanig worden aangepast dat ze aansluiten op de doelgroep. Denk hierbij aan het meer of minder tijd geven voor het beantwoorden van vragen. Waar we daarnaast gebruik van maken, is het aanmaken van certificaten binnen Maester, die de medewerkers ontvangen na het voltooien van een e-learning; onze medewerkers vinden dat erg prettig.

Knelpunten bij implementatie

Het realiseren en uitrollen van e-learnings heeft de nodige uitdagingen met zich meegebracht. In onze eenheid werken de meeste medewerkers op de werkvloer en zijn praktijkgericht. Niet alle medewerkers zijn digitaal vaardig en/of hebben een goede beheersing van de Nederlandse taal. Daarom schrijven wij onze teksten zoveel mogelijk op B1-niveau en maken wij veel gebruik van foto’s en filmmateriaal. De optie binnen Maester om tekst te laten laten voorlezen is voor ons een hele handige optie. Daarnaast bieden wij jaarlijks in-company Nederlandse les aan, en zijn wij bezig met het opzetten van een digicoach traject. Wij hopen hiermee de randvoorwaarden voor het volgen van de e-learning nog beter te maken.

Leren van elkaar – het past ook bij ons

De gedachtegang van Maester past bij ons en voornamelijk het delen van e-learnings spreekt ons enorm aan. Het is zonde van het geld dat elk ziekenhuis zijn eigen wiel uitvindt. In de essentie zoeken ziekenhuizen naar dezelfde soort e-learning modules. Dat je e-learnings samen maakt, deelt en daardoor leert van elkaar, is een enorm mooie oplossing.
Bovendien bespaart deze werkwijze tijd en geld, doordat je niet alles zelf hoeft te ontwikkelen en/of filmen.

Van blended learning naar microlearning en andere vormen van leren

De ontwikkelingen op leergebied staan niet stil. Wij willen het leren voor onze medewerkers nog effectiever maken en daarom zijn wij in samenwerking met Maester bezig om bepaalde content uit de e-learning om te zetten naar QR-codes. Dit maakt het mogelijk om op een specifieke locatie, zoals een isolatiekamer, via de QR-code direct informatie te krijgen. De medewerker die deze QR-code scant, krijgt direct relevante informatie te zien (in de vorm van tekst of video) betreft het aankleden van beschermende kleding of hoe de ruimte schoongemaakt dient te worden. Dit is een vorm van microlearning, die voor iedere medewerker met een mobiele telefoon makkelijk beschikbaar is. Daarnaast willen wij graag 360 graden video’s opnemen in onze e-learning modules, zodat nieuwe medewerkers snel en op een interactieve manier kennismaken met bijvoorbeeld de OK.

Inmiddels ben ik redelijk bedreven in het omzetten van content naar een e-learning module.
De laatste opgeleverde e-learningen binnen onze eenheid zijn:

  1. Brand en Ontruiming. Een e-learning gemaakt door onze adviseurs BHV, die medewerkers leert wat te doen bij brand. Heel handig in de Corona tijd, toen er geen fysieke ontruimingsoefeningen in ons ziekenhuis mogelijk waren
  2. Veilig aan het werk. Een e-learning over de omgang met gevaarlijke stoffen voor ons magazijn en logistiek personeel. De basis hiervoor was een e-learning van een ander ziekenhuis op het Maester platform, die ik heb aangepast aan de situatie in ons ziekenhuis.

Op dit moment ben ik bezig met het maken van een nieuwe e-learning over schoonmaken op de OK ter vervanging van het lesboek dat nu gebruikt wordt bij de klassikale trainingen. Ook hier zal blended learning toegepast worden.

Daarnaast ben ik bezig met het tot uitvoer brengen van ons opleidingsplan. Het streven is om straks voor iedere functie duidelijk te hebben welke kennis en vaardigheden daarbij horen, met een structureel opleidingsprogramma; een bekwaamheidspaspoort. Door dit per functieprofiel te automatiseren en gebruik te maken van e-learning als eerste basis, wordt veel inwerktijd bespaard. De e-learning staat klaar voor een nieuwe schoonmaker of kan zelfs gedaan worden voordat iemand komt werken. De theoretische basis is dan al bekend en dat bespaart veel tijd. In deze Corona tijd komt dat goed van pas; er is steeds minder tijd om iemand lang in te werken.

Wij zijn er van overtuigd dat blended en microlearning een nog grotere rol zal spelen in de toekomst, we denken hier met Maester prima in te kunnen voorzien!’

Sandra Kozar-Wilmink

Adviseur Communicatie & Opleidingen Faciliteiten & Vastgoed

 

Benieuwd naar de facilitaire leerlijnen die St. Antonius heeft ontwikkeld? Neem dan contact op met hello@maester.com om te zien of jullie organisatie hier ook gebruik van kan maken!

Maak kennis met Caroline van Lexicon

Van fysieke trainingen naar e-learnings, hybride- en 50% inhouse trainingen

‘Sinds 1994 verzorgt Lexicon Trainingen vakgerichte taaltrainingen en workshops, die tot twee jaar geleden voornamelijk fysiek gegeven werden. Momenteel richten we ons meer op online leren door het aanbieden van e-learnings en online trainingen. Om e-learnings te realiseren zijn we jaren geleden gestart met pilots bij diverse partijen en zijn we samenwerkingen aangegaan. Met doorslaggevende factoren zoals een frisse ‘look en feel’ en ‘gebruiksgemak’, is Maester één van deze partijen.

Functiegericht en zakelijke taaltrainingen

De taaltrainingen van Lexicon zijn bedoeld voor iedereen die werkt en taal nodig heeft in zakelijk Engels, Nederlands of Duits. De trainingen zijn vak- en functiegericht, waardoor de inhoud enorm kan verschillen. We kijken altijd eerst naar wat iemand doet en wat de obstakels zijn en op basis van die informatie maken we een training. Trainingen kunnen bijvoorbeeld gaan over hoe je het best een zakelijke e-mail schrijft, een business meeting bijwoont, telefoneert of objectief schrijft binnen uiteenlopende sectoren. In feite zijn al onze trainingen en ook e-learnings maatwerk en gaan we niet voor ‘standaard oplossingen; cursisten gaan met hun eigen werk uit de praktijk aan de slag. Het werk en de functie van onze cursisten zijn daarom het uitgangspunt voor de trainingen en e-learnings.

Fysieke trainingen omzetten naar e-learnings

Alhoewel de markt en technologie er simpelweg niet klaar voor waren, wilde ik tien jaar geleden al beginnen met het realiseren van e-learnings naast onze fysieke trainingen, oftewel: blended learning. Door de coronapandemie zijn technologische ontwikkelingen echter in een stroomversnelling gekomen: e-learnings kunnen sneller en gemakkelijker gerealiseerd worden en door de thuiswerkmaatregelen was het volgen van een online training met aanvullende e-learning voor cursisten dé oplossing. Vandaar dat we veel fysieke trainingen omgezet hebben naar online trajecten en daarnaast uiteenlopende e-learnings hebben ontwikkeld in Maester. Hier krijgen we tot op de dag van vandaag positieve reacties op: de e-learnings zijn gebruiksvriendelijk, de cursisten vinden het platform en de interacties aantrekkelijk en kunnen met de opgedane kennis verder komen in de praktijk.

Een e-learning is niet voor elke doelgroep geschikt. Zo zien wij dat praktisch opgeleiden, mensen in praktische functies en productiemedewerkers moeite hebben met deze manier van leren. Er zijn meerdere cursisten die naast een drukke baan moeite hebben om nog tijd te investeren in het volgen van e-learnings. Vandaar dat we ook nog steeds 50% inhouse trainen met kleine groepjes waar we de 1,5 meter afstand bewaren. Daarnaast wordt de combinatie tussen e-learnings en fysieke trainingen ook steeds gewilder, vandaar dat we nu ook hybride trainingen aanbieden.

Continue verbetering

Al met al staat Lexicon niet stil. We bewegen mee met diverse ontwikkelingen en focussen ons op continue verbetering. Zo bieden we voor mensen die geen zin of tijd hebben om een hele digitale leerlijn te doorlopen, sinds september 2021 losse e-learnings aan op onze website. Ook willen we als volgende stap de grens over en bestaande e-learnings en trainingen aanbieden in het Engels. Op onze nieuwe locatie, CupolaXS in Haarlem, zullen we een slag maken met het produceren van professionele video’s die we inzetten in de e-learnings.

Onze visie op leren is voornamelijk gericht op continue leren. Ter voorbereiding op de fysieke trainingen testen we kennis met e-learnings, tijdens onze fysieke trainingen zorgen we aan de hand van verschillende werkvormen voor het uitbreiden en versterken van vaardigheden en na de fysieke trainingen zorgen we voor een transfer naar de praktijk door bijvoorbeeld korte (online) workshops en e-learnings aan te bieden.

Door de ontwikkelingen van de laatste jaren is het stuk ‘online’ niet meer weg te denken uit ons aanbod. Onze visie komt daarom steeds dichter bij de visie van Maester en we blijven graag nog even leren van elkaar.’

Caroline van Blerkom

Directeur Lexicon Trainingen

Kijk voor meer informatie over Lexicon op www.lexicon.nl.